Reglement Tijdbiljart

W.A. Schuur

  1. Algemeen

    De partijen worden gespeeld volgens de regels die gelden voor een normale partij libre klein-biljart, echter met enige aanvullingen. Deze hebben betrekking op het element tijd, dat als handicap wordt toegevoegd, de gelijkmakende beurt en remise (tie-break).

    De spelregels worden dan als volgt.

  2. Partijlengte

    De partijlengte wordt bepaald door de carambole-handicap (hierna te noemen CH) en de tijd-handicap (hierna te noemen TH).

  3. Carambole-handicap (CH)

    De CH is per speler verschillend en gelijk aan 40 % van de competitie-handicap vermeerderd met 6, indien nodig naar boven afgerond. Indien geen competitie-handicap bekend is, dan wordt de CH door de wedstrijdleider vastgesteld.

  4. Tijd-handicap (TH)

    Iedere speler krijgt als TH een maximale zuivere speeltijd van 13 minuten toegewezen.

  5. Klok

    De speeltijd wordt gemeten m.b.v. een zgn. schaakklok. Bij de aanvang van de partij wordt de klok in werking gesteld door de arbiter. Vervolgens dienen de spelers zodra een beurt is beëindigd de klok te bedienen, zodat de tijd van de betreffende speler wordt gestopt en die van de tegenspeler verder loopt. Een beurt wordt geacht te zijn beëindigd wanneer de speler heeft gemist en alle ballen tot stilstand zijn gekomen.

  6. Bereiken van de CH

    Een speler die zijn CH bereikt voordat zijn TH is verstreken, is gereed. Zijn tegenspeler krijgt vervolgens de gelijkmakende beurt (zie 7 en 8).

  7. Bereiken van de TH

    Wordt door een speler de TH bereikt, dan dient de speler onmiddellijk te stoppen. Zijn op dat moment de ballen nog in beweging dan telt de eventuele carambole niet mee voor de serie. De tot stand gekomen serie wordt geteld bij de al bereikte score. De tegenspeler krijgt vervolgens de gelijkmakende beurt (zie 7 en 8).

  8. Gelijkmakende beurt (1)

    Een speler krijgt een gelijkmakende beurt als zijn tegenspeler als eerste diens CH of TH heeft bereikt. Hierbij doet het niet ter zake of deze speler wel of niet met de partij heeft aangevangen (er is dus altijd sprake van een gelijkmakende beurt aan het einde van een partij).

  9. Gelijkmakende beurt (2)

    De gelijkmakende beurt wordt als volgt gespeeld:

  10. Resultaat

    Het resultaat van een partij wordt als volgt bepaald:

  11. Remise en tie-break

    Om bij remise toch een winnaar aan te kunnen wijzen, wordt overgegaan tot een tie-break. Deze wordt als volgt gespeeld.

    De spelers stoten beurtelings de acquitstoot. Zodra het verschil in aantal met succes uitgevoerde acquitstoten 3 bedraagt, dan is de partij alsnog beslist in het voordeel van de speler met het hoogste aantal. Dit aantal moet echter tenminste 4 zijn. Heeft een speler 10 geslaagde pogingen, echter het verschil is nog steeds kleiner dan 3, dan is deze speler de winnaar. Hebben beide spelers 10 geslaagde pogingen, dan wordt doorgespeeld tot het verschil één bedraagt.

    De speler die begonnen is met de partij begint ook de tie-break. De tegenspeler heeft recht op evenveel pogingen.